Nieuw: The House opent een kantoor in Hasselt!
Energieprijzen inflatie: hoe een energiecrisis via de productieketen leidt tot tweede-ronde-effecten
Hoe veranderen hogere olie- en gasprijzen in een algemene inflatieschok via de productieketen?
Wanneer olie en gas sterk duurder worden, stijgen daardoor niet alleen de energiefacturen van gezinnen, maar ook de kostenstructuur van bedrijven. Die proberen een deel van die hogere kosten door te rekenen aan hun klanten, waardoor een eerste energieprijsschok langzaam verandert in een veel bredere inflatieschok. De Europese Commissie beschrijft precies dit mechanisme: landbouw, distributie en transport worden doorgaans eerst geraakt, waarna de hogere inputkosten zich verder door de productieketen verspreiden.
Een eenvoudig voorbeeld maakt duidelijk hoe dit werkt. Een bakker heeft niet alleen meer kosten voor gas of elektriciteit, maar betaalt mogelijk ook meer voor meel, verpakkingen, transport en onderhoud van zijn machines. De transporteur die het meel aanlevert, betaalt op zijn beurt meer diesel. De fabrikant van de verpakking heeft meer energie nodig en kan bovendien geconfronteerd worden met duurdere grondstoffen. Uiteindelijk komt een deel van die opeenstapeling bij de consument terecht. Hetzelfde gebeurt bij aluminium, koper en staal. Hogere metaalprijzen maken bijvoorbeeld elektriciteitskabels, leidingen, auto's, machines, zonnepanelen, warmtepompen en bouwproducten duurder. Daardoor kan een energiecrisis zich ontwikkelen tot een algemene kostenschok.
In België zien we hoe krachtig dit mechanisme momenteel kan zijn. De geharmoniseerde inflatie bedroeg in augustus 2026 4,2%, tegenover 3,6% in juli. Vooral energie trok de inflatie omhoog: aardgas was 24,9% duurder dan een jaar eerder, huisbrandolie zelfs 67,5% en elektriciteit 7,8%. Tegelijk bleef de kerninflatie, dus zonder energie en onbewerkte voeding, op 2,8%. Dat laatste cijfer is belangrijk: het betekent dat de energieprijsstijging zich nog niet volledig heeft vertaald in alle andere prijzen.
En daar zit meteen voor de Europese Centrale Bank het grote risico. Een eenmalige stijging van olie of gas hoeft op zichzelf geen langdurig inflatieprobleem te veroorzaken. Maar wanneer energieprijzen langere tijd hoog blijven, gaan bedrijven hun verkoopprijzen vaker aanpassen en gaan werknemers hogere lonen vragen om hun koopkracht te beschermen. Vervolgens stijgen de loonkosten van bedrijven en kunnen die opnieuw aanleiding geven tot hogere prijzen. Zo ontstaat een tweede ronde van inflatie. De ECB waarschuwt precies voor deze indirecte en zogenaamde tweede-ronde-effecten.
Daarmee komt de rente in beeld. De centrale bank kan de olieprijs niet verlagen door de rente te verhogen. Een renteverhoging maakt geen vat ruwe olie extra beschikbaar en produceert geen kubieke meter aardgas. Maar de ECB kan wel voorkomen dat de oorspronkelijke energieprijsschok zich verankert in lonen, diensten, verwachtingen en andere prijzen. Als de inflatie daardoor langdurig boven de doelstelling van ongeveer 2% blijft, wordt het moeilijker voor de centrale bank om de rente snel te verlagen. In extreme omstandigheden kan zelfs een hogere rente nodig worden.
Het bijzondere is dat een energiecrisis tegelijkertijd inflatieverhogend én groeivertragend werkt. Gezinnen houden minder geld over omdat energie en andere producten duurder worden, terwijl bedrijven hun marges zien krimpen en investeringen kunnen uitstellen. De eurozone krijgt bovendien als grote netto-importeur van energie een inkomensverlies ten opzichte van het buitenland. Dat maakt een energiecrisis voor de ECB bijzonder lastig: ze moet de inflatie bestrijden zonder de economie door een hogere rente nog verder af te remmen.
Voor de rente betekent dit dat de ontwikkeling van olie en gas de komende maanden belangrijker kan worden dan veel klassieke economische indicatoren. Als de energieprijzen snel dalen, kan de huidige inflatiepiek grotendeels tijdelijk blijken en ontstaat er opnieuw ruimte voor renteverlagingen. Blijven energie en grondstoffen echter langdurig duur, dan kan de inflatie zich verbreden van energie naar goederen en diensten. In dat scenario blijft de ECB waarschijnlijk veel voorzichtiger met renteverlagingen. De huidige situatie laat dus mooi zien waarom een stijging van olie, gas, koper, aluminium en andere grondstoffen veel meer is dan een probleem voor de energiefactuur: het kan via de hele productieketen uiteindelijk bepalen hoeveel we betalen voor voedsel, auto's, woningen, machines, transport en diensten — en daarmee ook hoe hoog de rente uiteindelijk moet blijven.
https://www.the-house.be/nl/goudkoers-goudprijs-vandaag-in-euro-
Marktanalyse
Amerikaanse rente goudprijs: hoe hoge obligatierentes en de dollar de goudmarkt in evenwicht houden
-
Marktanalyse
Goldman Sachs goudprijs verwachting: waarom het koersdoel voor 2027 op 5.400 dollar staat
-
Marktanalyse
ECB renteverhoging goud zilver: wat een restrictief monetair beleid betekent voor edelmetalen
-
Marktanalyse
Goudprijs en rente stijging: waarom hogere obligatierentes tijdelijk wegen op goud
Veelgestelde vragen
-
Wanneer gas en elektriciteit duurder worden, stijgen de productiekosten van bedrijven in de hele keten, van landbouw tot transport, waardoor bedrijven deze kosten doorrekenen aan consumenten.
-
De geharmoniseerde inflatie in België bedroeg in augustus 2026 4,2%, waarbij aardgas 24,9% duurder was, huisbrandolie 67,5% en elektriciteit 7,8% in prijs steeg.
-
Als energieprijzen langdurig hoog blijven, passen bedrijven hun prijzen aan en vragen werknemers hogere lonen om hun koopkracht te beschermen, waardoor de inflatie zichzelf versterkt.
-
Bij The House koopt u gecertificeerde gouden baren en zilveren beleggingsmunten eenvoudig via de webshop of na afspraak in de kantoren te Brussel, Gent, Oostende, Kortrijk, Sint-Niklaas en Hasselt.