Nieuw: The House opent een kantoor in Hasselt!
Belgische vastgoedmarkt regionale verschillen: waarom vastgoedprijzen tussen Vlaanderen, Brussel en Wallonië sterk uiteenlopen
Hoe groot zijn de regionale prijsverschillen tussen Vlaanderen, Brussel en Wallonië in het tweede kwartaal?
De regionale verschillen zijn ondertussen zeer groot. Vlaanderen is momenteel de sterkste markt. Voor bestaande woningen bedroeg de jaarlijkse prijsstijging in het tweede kwartaal 4,4 procent. In Brussel en Wallonië bleef de stijging beperkt tot ongeveer 3ù procent. De gemiddelde cijfers verbergen bovendien enorme verschillen tussen provincies en gemeenten. In het eerste semester van 2026 bedroeg de mediaanprijs voor een gesloten of halfopen woning in Vlaanderen 325.000 euro, tegenover 195.000 euro in Wallonië en maar liefst 550.000 euro in Brussel. Voor vrijstaande woningen liep het verschil nog verder op: 449.000 euro in Vlaanderen, 331.000 euro in Wallonië en 1,23 miljoen euro in Brussel.
Ook binnen Vlaanderen is de markt allesbehalve homogeen. Limburg blijft relatief betaalbaar. In het eerste semester van 2026 lag de mediaanprijs van een vrijstaande woning er op 363.500 euro en die van een appartement op 250.000 euro, de laagste niveaus van Vlaanderen. Tegelijkertijd stegen de gemiddelde huizenprijzen in Limburg volgens de vastgoedbarometer met ongeveer 3,3 procent en appartementen zelfs met 4,3 procent. Dat is opmerkelijk: Limburg is goedkoper dan de meeste andere Vlaamse provincies, maar de prijzen lopen er wel verder op.
De verklaring ligt voor een belangrijk deel bij de schaarste. België heeft jarenlang veel woningen gebouwd, maar de vraag naar betaalbare en kwalitatief goede woningen blijft groot. Tegelijk zijn bouwgrond, arbeidskrachten, materialen, energie en regelgeving duurder geworden. Daardoor wordt nieuwbouw steeds moeilijker betaalbaar. De hoge bouwkosten leggen bovendien een soort bodem onder de prijs van bestaande woningen. Een koper die geen nieuw huis kan betalen, wijkt uit naar de bestaande markt, waardoor daar extra vraag ontstaat.
Daar komt een tweede probleem bij: de Belgische woningvoorraad sluit steeds minder goed aan bij de behoefte. Er zijn relatief veel grote, oudere en energetisch zwakke woningen, terwijl de vraag steeds meer verschuift naar energiezuinige woningen, appartementen en kleinere woningen op goed bereikbare plaatsen. Daardoor kunnen twee woningen in dezelfde gemeente een totaal verschillende prijsontwikkeling kennen. Een gerenoveerde woning met een goede EPC-score kan aantrekkelijk blijven, terwijl een slecht geïsoleerde woning met een grote renovatiebehoefte veel moeilijker verkoopbaar wordt.
De oplossing ligt daarom niet in één maatregel. België moet vooral meer betaalbare woningen creëren op plaatsen waar mensen daadwerkelijk willen en kunnen wonen. Dat betekent verdichting rond steden, stations en openbaar vervoer, gecombineerd met een snellere vergunningverlening. Tegelijk moet er veel meer aandacht komen voor renovatie. Een oudere woning die vandaag goedkoop lijkt, kan door verplichte energierenovaties uiteindelijk duurder worden dan een moderne woning.
Daarnaast zou de overheid de fiscaliteit eenvoudiger moeten maken. De belasting op arbeid is bijzonder hoog, terwijl vastgoed door allerlei heffingen, registratierechten, btw-regels en regionale maatregelen een ingewikkeld geheel is geworden. Een stabieler fiscaal kader zou kopers, verhuurders en ontwikkelaars meer zekerheid geven.
De kern van het probleem is uiteindelijk niet dat alle Belgische woningen te duur zijn, maar dat betaalbare woningen op de verkeerde plaatsen en in de verkeerde vorm schaars zijn. Brussel en delen van Vlaams-Brabant blijven extreem duur, terwijl Limburg en grote delen van Wallonië veel betaalbaarder zijn. De Belgische vastgoedmarkt wordt daardoor steeds meer een regionale markt. De oplossing is dan ook niet proberen de prijzen overal kunstmatig naar beneden te duwen, maar zorgen voor meer aanbod, goedkopere bouwmogelijkheden, renovatie van de bestaande voorraad en betere verbindingen tussen betaalbare woongebieden en werkgelegenheidscentra. Dat kan de prijsdruk op termijn veel effectiever verminderen dan een algemene prijscontrole.
gouden baren en beleggingsmunten
-
Marktanalyse
Amerikaanse inflatie en goudprijs: waarom hogere consumentenprijzen en een sterke dollar edelmetalen onder druk zetten
-
Marktanalyse
Jim Cramer Carley Garner goudprijs verwachting: waarom een oversold RSI ruimte biedt voor een herstelbeweging
-
Marktanalyse
China goudreserves en goudprijs: waarom geopolitieke spanningen en centrale banken de goudmarkt ondersteunen
-
Marktanalyse
Peter Schiff Amerikaanse arbeidsmarkt goud: waarom een afkoelende economie en hardnekkige inflatie botsen
Veelgestelde vragen
-
De mediaanprijs voor een gesloten of halfopen woning bedroeg 325.000 euro in Vlaanderen, tegenover 195.000 euro in Wallonië en 550.000 euro in Brussel, terwijl vrijstaande woningen opliepen tot respectievelijk 449.000 euro, 331.000 euro en 1,23 miljoen euro.
-
Limburg blijft relatief betaalbaar met de laagste mediaanprijzen van Vlaanderen, maar stijgt wel door met een toename van huizenprijzen met ongeveer 3,3 procent en appartementen met 4,3 procent.
-
Omdat bouwgrond, materialen, arbeid en strenge regelgeving de nieuwbouw sterk verteerd hebben, wijken kopers uit naar de bestaande markt, wat daar een extra prijsbodem creëert.
-
Bij The House koopt u gecertificeerde gouden baren en erkende beleggingsmunten eenvoudig online via de webshop of na persoonlijke afspraak in onze kantoren te Brussel, Gent, Oostende, Kortrijk, Sint-Niklaas en Hasselt.