DSC 1176
Wissel uw kilo goud in tegen muntstukken.

Uw kilo goud omzetten naar muntstukken? Wij zorgen voor heldere informatie, deskundige begeleiding en een correcte afhandeling. Momenteel beschikbaar op bestelling via uw kantoor.

Neem contact op met uw kantoor voor de mogelijkheden.

Geld zonder grenzen: Opkomst van de Latijnse Muntunie (1865–1927)

Édouard Manet Fra Verdensutstillingen i Paris i 1867 Google Art Project
Door Robbe Devriendt
Op 23 december 1865 sloten België, Frankrijk, Zwitserland en Italië een overeenkomst om een monetaire unie te stichten. De munten van deze landen (Belgische frank, Franse frank, Zwitserse frank en Italiaanse lire) waren niet alleen aan de zilver- en aan de goudprijs gekoppeld, ze waren gelijkgesteld en onderling uitwisselbaar. De leden van de Unie bereikten hierdoor de eerste Europese monetaire unie. In dit artikel ontdekt u hoe de Latijnse Muntunie tot stand kwam, wat het belang er van was en welke invloed dit nu heeft gehad op de munten zelf. Munten uit landen van de Latijnse Muntunie zijn vanaf vandaag te koop bij The House Gold and Silver.

Ontstaan van de unie: Napoleon's erfenis

Napoleon had na zijn glorieuze periode aan het begin van de 19de eeuw een gigantische nalatenschap. Niet alleen veroverde hij heel West en Centraal Europa, ook op monetair vlak voerde hij heel wat vernieuwingen in. Napoleon liet een gestandaardiseerd systeem voor zilveren en gouden munten achter dat gebaseerd was op een bimetale standaard (goud en zilver). Franse, Belgische Zwitserse francs en Italiaanse lire hadden dus reeds hetzelfde gewicht, metaal en verhoudingen. In het begin van de jaren 1860 verhandelde de voorgenoemde landen deze munten dus al over de grenzen aan een informeel geaccepteerde 1 op 1 verhouding. 

Een monetaire unie bleek dus op het eerste zicht niet noodzakelijk aangezien de oprichtende naties reeds inwisselbare munten hadden. Dit evenwicht werd echter verstoord door een timmerman aan de andere kant van de wereld. Op 24 januari 1848 ontdekte James W. Marshall goudvlokken in de American River bij Sutter's Mill, nabij Coloma, Californië. Wat volgde was de Californische Goudrush (1848-1855). Door de grote hoeveelheid goud die uit Amerika kwam, zakte de prijs van goud in verhouding met zilver. Zilver werd meer waard dan de vooropgestelde 15,5/1 ratio tussen goud en zilver.

In het systeem dat tot 1865 bleef bestaan, had elk land het recht om ongelimiteerde hoeveelheden gouden en zilveren munten te slaan. Doordat goud in de jaren 1860 het afgewaardeerde metal werd, werden er steeds meer gouden munten geslagen terwijl zilver uit het monetaire systeem werd gedreven om te verhandelen als bullion. De verhoudingen in de jaren 1860 zijn dan ook te verklaren door de Wet van Gresham waarbij slecht geld (in dit geval goud) goed geld (in dit geval zilver) van de markt duwt. 

Deze voorgenoemde verhoudingen zorgden echter voor een probleem bij de regeringen van landen die een bimetaal monetair systeem hanteerden. Zij moesten er namelijk voor zorgen dat er voldoende kleine wisselmunten in omloop bleven om alledaagse transacties vlot te laten verlopen. Om tegen te gaan dat zilveren munten werden gesmolten om als bullion te verkopen, kwamen verschillende regeringen met oplossingen die neerkwamen op het verlagen van het zilverpercentage. Deze maatregelen waren echter niet uniform. Zwitserland haalde het gehalte van haar kleine munten (<5 francs) naar 80% terwijl Italië en Frankrijk een gehalte van 83.5% hanteerden. 

Zwitserse munten kopen?
Drachmas
figuur 1: 1 francs 1860 Zwitserland met een gehalte van 80% (foto Heritage)

Belgisch initiatief: Internationale Monetaire Conferentie

Het probleem met de maatregelen van de verschillende landen was dat hun kleine zilveren munten niet langer uniform konden worden ingeruild. De zilverwaarde van de Zwitserse munten was lager dan de nieuwe Franse en Italiaanse stukken (3.5%) en aanzienlijk lager dan de circulerende stukken uit de jaren 1850. België liet bijvoorbeeld sinds 1850 geen kleine zilveren munten meer slaan. De oudere munten die nog circuleerden verdwenen dus snel van de markt wegens de hoge zilverprijs, waardoor kleine zilvermunten verdwenen. 

Om dit probleem op te lossen, kwam België op het idee om een overeenkomst te maken tussen verschillende landen. Naar het einde van het jaar 1865 toe, riep Frankrijk de voorgenoemde landen bij elkaar voor een Internationale Monetaire Conferentie. De vier landen kwamen tot een overeenkomst om een nieuwe standaard in te voeren die het vrij verhandelen van verschillende munten terug mogelijk maakte. Alle kleine zilveren munten (<5 francs) werden voortaan geslagen in een gehalte van 83.5%. Grote zilveren munten behielden hun gehalte van 90%, gelijk aan de gouden munten. De correcte omschrijving van de unie was dus een monetaire unie met één op één vaste wisselkoersen die gebaseerd waren op de intrinsieke hoeveelheid goud en zilver. Om niet te veel gedevalueerde munten (< 5 francs) op de markt te brengen, werd er een vaste hoeveelheid munten vastgelegd die mochten worden geslagen. Per inwoner mocht men 6 francs/lire aan kleine zilveren munten slaan. Op de grotere zilveren en gouden munten legde de Unie geen limiet op.

Wat betekende dit nu concreet voor de munten van bijvoorbeeld België? De Belgische regering bracht onder impuls van de pas aangestelde Koning Leopold II (1835-1909) in 1866 (voor het eerst in 16 jaar) nieuwe 50 centimes, 1 franc en 2 francs munten uit. Deze munten hadden voor het eerst de samenstelling van 83.5% zilver.

2 Francs 1866 1
figuur 2: 2 francs 1866 België (foto Sincona AG)

Uitbreiding van de Unie

Na de eerste Internationale Monetaire Conferentie in 1865 leek het oorspronkelijke doel van de unie behaald te zijn. De unie had voor sommige landen echter nog een ander doel. Frankrijk zal in 1866 onder impuls van vice president Felix Esquirou de Parieu (1815-1893), de Latijnse Muntunie meer en meer proberen gebruiken als orgaan om haar buitenlands beleid uit te zetten. Frankrijk wou de Latijnse Muntunie gebruiken als blok tegen het Verenigd Koninkrijk en Pruisen, die beide gebruikt maakten van een goudstandaard in plaats van een bimetale standaard.

Frankrijk hoopte dat ze haar invloed op het buitenland via de unie zou kunnen uitbreiden. Vanaf 1867 nodigde de Latijnse Muntunie dan ook andere landen uit op hun monetaire conventies. Het jaar daarna zullen er dan ook heel wat landen toegang vragen tot de unie (Griekenland, de Pauselijke Staten, Oostenrijk-Hongarije, Spanje, Servië, Roemenië, Bulgarije en enkele Latijns Amerikaanse Landen). Deze landen wilden vooral toetreden tot de unie om hun goudstukken ( goudstandaard en geen bimetaal systeem) uniform te kunnen verhandelen met de andere leden. 

Politieke en financiële spanningen zorgden echter al snel voor enkele problemen. Om die problemen op te lossen en te voorkomen, breidde de unie haar regels uit. Italië werd bijvoorbeeld op de vingers getikt voor een overproductie van papieren geld. Naarmate dit papieren geld in Italië minder waard werd, verhuisde het fysieke geld massaal naar Frankrijk en Zwitserland. Oorspronkelijk had de Latijnse Muntunie geen invloed op de uitgave van papieren geld. Na de inflatie in Italië (ten gevolge van de Derde Italiaanse Onafhankelijkheidsoorlog in 1866) hield de Latijnse Muntunie meer en meer toezicht op de overproductie van het voorgenoemde papieren geld.

Ook de Pauselijke Staten zorgden voor problemen. Zij meldde zich in 1866 aan om deel te nemen aan de LMU, maar overproduceerden gereduceerde zilverstukken met 10%. De Unie slaagde er in om druk te zetten op de Pauselijke Staten om de gedevalueerde zilvermunten terug te nemen, waarna de Pauselijke Staten ook uit de LMU werden gezet. 

Daarnaast zorgde ook Griekenland voor moeilijkheden. Griekenland was het eerste land dat in 1867 volledig toetrad tot de LMU. De Griekse Unificatie Oorlogen en financiële zwakte zorgden voor de overproductie van papieren geld dat niet meer kon worden ingewisseld. Om dit tegen de gaan, kreeg de LMU (voornamelijk Frankrijk) controle over delen van de Griekse monetaire uitgaves vanaf 1869. 

Historici bekijken de LMU soms als een een Frans gedomineerd apparaat. Dit komt vooral door de dubbele agenda die de LMU had voor de Fransen. De export van Frans kapitaal naar het buitenland was de drijvende kracht achter de internationalisering van de franc. landen die Franse leningen zochten, hadden er belang bij hun munt aan de frank te koppelen om Franse spaarders aan te trekken, wat Parijs als financieel centrum versterkte en zo de weg vrijmaakte voor de Latijnse Muntunie en het politieke initiatief van Frankrijk daarin.

Maatregelen zoals hierboven besproken, werden dan ook uitgevoerd onder Franse druk. Frankrijk dreigde bijvoorbeeld kleine munten terug te sturen naar de uitgevende landen die niet-converteerbaar papiergeld hadden ingevoerd (Italië en Griekenland). Ook een te grote hoeveelheid grote zilveren 5 francs in omloop brengen (België), zorgde voor dreiging vanuit Frankrijk. Deze dreigementen hielden in feite dus een financiële sanctie in. 

Deze Franse invloed werd echter ook nog op een totaal ander vlak geuit, namelijk op iconografisch vlak. 

Iconografie van de Griekse Drachmas

Zoals reeds verteld, nam Frankrijk de controle over het monetaire beleid na 1869 over van de Griekse regering. Deze controle was zeer eenvoudig te implementeren, omdat de Griekse munten in Frankrijk werden geslagen. Griekse munten werden reeds vanaf de onafhankelijkheid geslagen in Frankrijk (kleine oplage onder Otto van Beieren in München), in Munthuizen zoals Parijs (A), Strasbourg (BB) en Bordeaux (K). Ook de graveur van de bekende 5 drachmas 1875-1876 was een Fransman. Desiré Albert Barre (1818-1878) was verantwoordelijk voor het aanzicht van de Griekse munten onder George I (1845-1913).  Deze Franse inmenging is dan ook symbolisch voor het karakter van de Latijnse Muntunie waarbij grote landen een enorme invloed uitoefenden op kleinere landen. De monetaire geschiedenis van de LMU is dan ook zichtbaar op muntstukken die in eerste instantie niet bijzonder lijken! 

5 Griekse Drachmas 1876A kopen? 

5 Griekse Drachmas 1876A kopen?
Document drachmas 2
figuur 3: 5 drachmas 1876A Griekenland (Foto The House Gold and Silver

De Latijnse Muntunie en The House Gold and Silver

Hoe de Latijnse Muntunie na haar beginjaren verder gaat, kunt u lezen in ons volgende artikel. Bekijk zeker onze webshop om munten uit deze interessante periode te kopen! Bij The House Gold and Silver staat kennis centraal. Mocht u nog vragen hebben over uw verzameling, numismatiek of de Latijnse Muntunie, helpen wij u graag verder!

Muntstukken kopen? Webshop

Bibliografie

Bordo, Michael D., and Lars Jonung. "The Future of EMU: What Does the History of Monetary Unions Tell Us?" NBER Working Paper No. 7365. Cambridge, MA: National Bureau of Economic Research, September 1999. https://www.nber.org/system/files/working_papers/w7365/w7365.pdf.

Einaudi, Luca. "A Historical Perspective on the Euro: The Latin Monetary Union (1865–1926)." ifo DICE Report 16, no. 3 (2018): 17–20.

Einaudi, Luca. Money and Politics: European Monetary Unification and the International Gold Standard (1865–1873). Oxford: Oxford University Press, 2001.

Flandreau, Marc. "The Economics and Politics of Monetary Unions: A Reassessment of the Latin Monetary Union, 1865–71." Financial History Review 7, no. 1 (2000): 25–44.

Timini, Jacopo. "Monetary Regimes and Trade before the Classical Gold Standard: Evidence from the Latin Monetary Union." Working paper, Banco de España, June 25, 2026. Preprint, arXiv:2510.25487v3. https://arxiv.org/pdf/2510.25487.

Robbe Devriendt

Numismaat The House Gold and Silver 

 

Coin 2 Coin 1

Blijf op de hoogte rond de laatste updates over gouden munten

Er liep iets fout. Probeer je het later nog eens?

Oeps, je bent al ingeschreven!

Ontdek andere relevante artikels

Lees alle artikelen