James Rickards ziet drie grote, structurele bullmarkten bij het goud
De eerste grote bullmarkt zag hij beginnen in de jaren zeventig, meteen na het loslaten van de goudkoppeling in 1971. Door het einde van Bretton Woods verloor de dollar zijn vaste anker en werd het internationale monetaire systeem instabiel. Inflatie steeg, recessies volgden elkaar op en beleggers zochten een nieuwe vorm van zekerheid. Goud, plots volledig vrij verhandelbaar, schoot omhoog van vaste prijzen naar een marktgestuurde waardering die het wantrouwen tegenover papiergeld weerspiegelde. Rickards benadrukt dat deze periode een leerstuk werd: zodra monetaire discipline verzwakt, wordt goud de ultieme verzekering.
De tweede bullmarkt situeert hij tussen eind jaren negentig en het begin van het vorige decennium. Na een lange fase van desinteresse was goud historisch goedkoop geworden, terwijl tegelijkertijd een nieuwe onbalans in het systeem ontstond. De opkomst van grootschalige financiële engineering, het groeiende schuldenniveau en de zeepbel op de vastgoedmarkt ondergroeven opnieuw het vertrouwen. De financiële crisis die daarop volgde, bevestigde dat banken en overheden kwetsbaarder waren dan gedacht. In die context werd goud opnieuw het veilige alternatief en steeg het jarenlang bijna onafgebroken. Rickards wijst erop dat deze bullmarkt vooral gedreven werd door systemische stress: liquiditeitscrises, imploderende balansen en een centrale bankwereld die massaal geld begon te drukken.
De derde bullmarkt, die volgens hem reeds in gang is gezet, wordt gekenmerkt door structurele factoren die nog krachtiger zijn dan in de vorige twee: wereldwijde schuldenniveaus die nooit meer kunnen worden terugbetaald in reële termen, geopolitieke spanningen tussen grootmachten, ontkoppeling van handelsblokken en een groeiend verlies aan vertrouwen in traditionele valuta’s. Centrale banken kopen opnieuw goud in grote hoeveelheden, niet als speculatie maar als bescherming tegen een mogelijke hertekening van het internationale monetaire systeem. Rickards ziet deze fase als een langdurige beweging waarin goud opnieuw wordt erkend als uiteindelijk anker, vooral wanneer valuta’s verzwakken en economische modellen aan hun limieten komen.
In zijn visie vormen de drie bullmarkten samen een patroon: telkens wanneer het systeem zijn houdbaarheid verliest, keert de markt terug naar goud als fundament van vertrouwen.
-
Marktanalyse
Goudprijs zal volgens de analisten dit jaar de opwaartse trend vasthouden
-
Marktanalyse
BMO sluit goudprijs van 6.500 dollar dit jaar niet uit
-
Marktanalyse
David Morgan maakt zich weinig zorgen om correcties in de zilverprijs
-
Marktanalyse
Goudprijs naar 20.000 dollar? Société Générale sluit het idee niet uit